
Engels:
Everything flows. Nothing remains as it is. With Panta Rhei, Boötes Void reaches back to the philosophy of the Greek thinker Heraclitus, for whom change was not an exception but the very essence of existence. A fitting starting point for a Black Metal album that constantly seems to move between aggression, melancholy and stillness.
The German band from Würzburg has now reached its third album and refuses to follow one fixed direction on Panta Rhei. The music can be fierce and aggressive, but Boötes Void regularly dares to slow things down. It is precisely there that the album is given more room to breathe. Melancholic guitar lines and atmospheric passages alternate with eruptions where the band once again firmly steps on the accelerator.
That interplay fits beautifully with the central concept. The songs do not feel like static blocks, but regularly change character along the way. Sometimes these transitions flow almost unnoticed into one another; at other times, a door is deliberately slammed shut before a new passage begins.
One of the tracks where this becomes particularly clear is the nearly eight-minute Lost in Oblivion. Here, Boötes Void has the space to reveal its different faces. Quieter and more melancholic passages are slowly built up, only to give way once again to speed and a more epic character.
With Nebula, atmosphere moves even further to the foreground. The famous Tears in Rain monologue from Blade Runner appears within the music and fits remarkably well on an album dealing with transience and the inevitable disappearance of everything that exists. What ultimately remains when even memories disappear?
The title track Panta Rhei also deserves attention. Here we hear guest vocals from Lukas Gosch of Ellende, after which Boötes Void eventually moves towards a much more ambient-like conclusion with Requiem. There is no grand finale where everything is unleashed one final time, but rather a slow fading away.
This makes Panta Rhei an album that does not rely solely on speed or aggression to make its point. Its strongest moments arise precisely when Boötes Void leaves space between the eruptions and allows melody and melancholy to move to the foreground.
Fortunately, the philosophical concept is never forced too heavily upon the listener. Heraclitus instead provides the framework within which the music moves. Everything changes, everything flows, and eventually everything disappears.
Or, as Heraclitus already understood more than two thousand years ago: you never step into the same river twice.

Nederlands:
Alles stroomt. Niets blijft zoals het is. Met Panta Rhei grijpt Boötes Void terug op het gedachtegoed van de Griekse filosoof Heraclitus, voor wie verandering geen uitzondering was maar de essentie van het bestaan. Een passend uitgangspunt voor een Black Metal-plaat die voortdurend lijkt te bewegen tussen agressie, melancholie en verstilling.
De Duitse band uit Würzburg is inmiddels toe aan zijn derde album en kiest op Panta Rhei niet voor één vaste richting. De muziek kan fel en agressief uit de hoek komen, maar Boötes Void durft regelmatig het tempo terug te nemen. Juist daar krijgt de plaat meer ademruimte. Melancholische gitaarlijnen en atmosferische passages worden afgewisseld met uitbarstingen waarin de band weer stevig het gaspedaal intrapt.
Die wisselwerking sluit mooi aan bij het centrale concept. De nummers voelen niet als statische blokken, maar veranderen onderweg regelmatig van karakter. Soms vloeien die overgangen bijna ongemerkt in elkaar over, op andere momenten wordt er bewust een deur dichtgeslagen voordat een nieuwe passage begint.
Een van de nummers waarin dat goed naar voren komt is het bijna acht minuten durende Lost in Oblivion. Hier krijgt Boötes Void de ruimte om verschillende gezichten te laten zien. Rustigere en melancholische passages worden langzaam opgebouwd om vervolgens weer plaats te maken voor snelheid en een meer episch karakter.
Bij Nebula wordt de sfeer nog nadrukkelijker naar voren geschoven. De bekende Tears in Rain-monoloog uit Blade Runner duikt op tussen de muziek en past opvallend goed binnen een album dat draait om vergankelijkheid en het onvermijdelijke verdwijnen van alles wat bestaat. Wat blijft er uiteindelijk over wanneer zelfs herinneringen verdwijnen?
Ook de titeltrack Panta Rhei verdient aandacht. Hier horen we gastzang van Lukas Gosch van Ellende, waarna Boötes Void met Requiem uiteindelijk richting een veel meer ambientachtige afsluiting beweegt. Geen grote finale waarbij alles nog één keer wordt opengetrokken, maar eerder een langzaam uitdoven.
Dat maakt Panta Rhei vooral een plaat die niet alleen op snelheid of agressie probeert te overtuigen. De sterkste momenten ontstaan juist wanneer Boötes Void ruimte laat tussen de uitbarstingen en melodie en melancholie naar voren schuift.
Het filosofische concept ligt er gelukkig niet voortdurend duimendik bovenop. Heraclitus vormt eerder het raamwerk waarbinnen de muziek beweegt. Alles verandert, alles stroomt en uiteindelijk verdwijnt alles.
Of, zoals Heraclitus het ruim tweeduizend jaar geleden al zag: je stapt nooit tweemaal in dezelfde rivier.
86/100
