
English:
Under the banner of “rural metal”, the men of Tannenbart — meaning “fir beard” — have been brightening up the Gelderland countryside for over five years with their blend of black metal and folklore. Whether the local forest ranger shares that view is something we shall conveniently leave open. With illustrious aliases such as Grovebast, Berkenspruyck and Voerman K, the gentlemen take things a step further. They sound like the sort of company that emerges from the undergrowth after sunset and makes you check, once you get home, whether all your chickens are still on their perches.
Of this mysterious woodland lot, Voerman K is the name most familiar to us. Previously active in Wederganger/Bezwering, Mondvolland and the excellent Erscheinung, he has already left plenty of tracks through the musical undergrowth. His involvement certainly sparks curiosity: with a history like that, you would expect something musically worthwhile among all those branches, bark and beards.
Following a demo, an EP and a compilation, we now have a debut album bearing the amusing title Vrijbuiters, bunzingjagers en stropersvolk — roughly, “Freebooters, Polecat Hunters and Poaching Folk”. Quite a mouthful, and one that sounds as though it was lifted straight from an overworked village constable’s criminal register. There is certainly no shortage of colourful wordplay and old-fashioned spelling on this record. Tannenbart sets the scene for a world in which folklore, rough vagabonds and less law-abiding country folk cross paths. The mood is set and the polecat has been warned; time to find out what this Gelderland company has tucked away in its musical knapsack.
A few hired hands were also dragged out of the mud for this album. Gaffeler can be heard on double guitar, the Heemschutters handle the “Koraal Kabaal” — or “Choral Clamour” — while Vliegden contributes additional drumming, a bell block and an actual woodblock. There is clearly no shortage of helping hands, and even the local timber stock cannot escape being pressed into musical service. This is rural metal, after all: anything you can fetch from the woods saves you a trip to the music shop.
Tannenbart has previously been described as “Darkthrone goes folk”, and that comparison still lands fairly close to the mark. Personally, I hear more of Isengard and Storm, with the occasional drunken version of Urfaust stumbling into the poachers’ company. That gives a fair impression of the atmosphere: raw black metal with a folkloric streak and enough personality to stand on its own beyond those comparisons.
The gentlemen present eight new songs, each with a character of its own. Once again, this is folkloric black metal that proves surprisingly catchy. The clean vocals occasionally go searching for the right note and end up somewhere in the next patch of shrubbery, but that hardly spoils the fun. Those rough edges suit this company: there is an unforced quality to it all that adds to the record’s charm. Before long, the melodies take hold and you catch yourself cheerfully humming along with these Gelderland poachers.
All in all, this is a thoroughly enjoyable album that I would gladly add to my own record collection. With Vrijbuiters, bunzingjagers en stropersvolk, Tannenbart once again proves that the people of Gelderland are a highly creative bunch. The gentlemen bring raw black metal, folklore and a healthy dose of eccentricity together on a record that sticks with you. If the occasional vocal note lands in the mud along the way, I am happy to let it slide. I will gladly make some room on the shelf for this poaching party.

Nederlands:
Onder de noemer ‘ruraal metaal’ zijn de mannen van Tannenbart — oftewel dennenbaard — al ruim vijf jaar het Gelderse landschap aan het opvrolijken met hun mix van zwart metaal en folklore. Of de plaatselijke boswachter dat ook zo ervaart, laten we voor het gemak even in het midden. Met illustere artiestennamen als Grovebast, Berkenspruyck en Voerman K doen de heren er nog een schepje bovenop. Het klinkt als een gezelschap dat na zonsondergang uit het struikgewas tevoorschijn komt en waarvan je bij thuiskomst voor de zekerheid even controleert of alle kippen nog op stok zitten.
Van dit mysterieuze manvolk kennen we vooral de laatstgenoemde, Voerman K. Hij was eerder actief bij Wederganger/Bezwering, Mondvolland en het zeer gave Erscheinung en heeft daarmee al de nodige sporen door het muzikale kreupelhout getrokken. Zijn aanwezigheid wekt dan ook de nodige nieuwsgierigheid: met zo’n voorgeschiedenis verwacht je dat er tussen al die bast, takken en baarden ook muzikaal het een en ander te halen valt.
Na een demo, een EP en een compilatie ligt er nu dan een debuutalbum met de amusante titel Vrijbuiters, bunzingjagers en stropersvolk. Een mondvol dat zo uit het strafregister van een overwerkte dorpsveldwachter lijkt te zijn overgenomen. Aan fraaie woordspelingen en ouderwetse schrijfwijzen ontbreekt het op deze plaat bepaald niet. Tannenbart schept daarmee alvast een wereld waarin folklore, ruige landlopers en minder gezagsgetrouw buitenvolk elkaar ontmoeten. De toon is gezet, de bunzing gewaarschuwd; tijd om te horen wat dit Gelderse gezelschap muzikaal in zijn knapzak heeft zitten.
Voor dit album werden bovendien de nodige huurknechten uit de modder getrokken. Zo horen we Gaffeler op dubbele gitaar, nemen de Heemschutters het ‘Koraal Kabaal’ voor hun rekening en voorziet Vliegden het geheel van extra getrommel, een bellenblok en een heus houtblok. Aan helpende handen ontbreekt het dus niet, en zelfs de plaatselijke houtvoorraad ontkomt niet aan de muzikale dienstplicht. Het blijft tenslotte ruraal metaal: wat je uit het bos kunt halen, hoef je niet bij de muziekwinkel te bestellen.
In het verleden werd Tannenbart vooral omschreven als ‘Darkthrone goes folk’, en ook nu zit die vergelijking er niet ver naast. Zelf hoor ik eerder raakvlakken met Isengard en Storm, met af en toe een beschonken versie van Urfaust die zich tussen het stropersvolk heeft gemengd. Het geeft een aardig beeld van de sfeer: rauw zwart metaal met een folkloristische inslag en genoeg eigen smoel om niet uitsluitend op die vergelijkingen te hoeven teren.
Voor dit album komen de heren met acht nieuwe liederen op de proppen, die stuk voor stuk hun eigen karakter hebben. Wederom kun je spreken van folkloristische black metal die verrassend lekker in de oren blijft hangen. De cleane zang zoekt daarbij af en toe naar de juiste toon en komt soms een halve struik verderop uit, maar dat mag de pret niet drukken. Die rafelrandjes passen best bij dit gezelschap: het klinkt ongedwongen en draagt bij aan de charme van de plaat. Voor je het weet blijven de melodieën hangen en betrap je jezelf erop dat je vrolijk met dit Gelderse stropersvolk mee neuriet.
Al met al een absoluut geslaagd album dat ik persoonlijk graag aan mijn platenkast toevoeg. Met Vrijbuiters, bunzingjagers en stropersvolk bewijst Tannenbart opnieuw dat de Gelderlanders een uiterst creatief volk zijn. De heren weten rauw zwart metaal, folklore en een gezonde dosis eigenzinnigheid samen te brengen tot een plaat die blijft hangen. Dat er onderweg weleens een zangnoot in de modder belandt, neem ik daarbij graag voor lief. Voor dit stropersvolk maak ik met plezier wat ruimte op de plank.
89/100
Tannenbart:
Bandcamp
New-Era Productions:
Facebook
Instagram
New Era Productions Website
